Nieuwsbrief van Zuster Emmanuel van 15 december 2010

Geprezen zijn Jezus en Maria !

15 december 2010

Dierbare kinderen van Medjugorje,

1 - Op 2 december 2010 kreeg Mirjana Soldo haar verschijning bij het Blauwe Kruis, waarbij er wat minder mensen aanwezig waren vanwege de tijd van het jaar. Na de verschijning gaf ze de volgende boodschap door:

"Lieve kinderen, vandaag bid ik hier met jullie opdat jullie de kracht mogen vergaren om jullie hart te openen om zo de machtige liefde van de lijdende God te leren kennen. Het is ook dankzij Zijn liefde, goedheid en zachtmoedigheid dat ik bij jullie kan zijn. Ik roep jullie op om van deze bijzondere tijd van voorbereiding een tijd van gebed, boete en bekering te maken. Mijn kinderen, jullie hebben God nodig. Jullie kunnen niet verder zonder mijn Zoon. Als jullie dat begrijpen en aanvaarden zal datgene wat jullie toegezegd werd werkelijkheid worden. Door de Heilige Geest wordt het Rijk der Hemelen in jullie harten geboren. Ik leid jullie daarheen. Ik dank jullie."

2 - Een kindje zien of niet zien. Onder de trouwe apostelen van de Gospa bevinden zich allerlei dokters en specialisten. Een van hen, een bekende cardioloog, vertelde ons het volgende bijzondere verhaal: Men zond een vrouw die 6 maanden zwanger was naar hem om cardiologisch advies. Een echografie bij de foetus deed een probleem vermoeden bij deze toekomstige baby. Het onderzoek wees uit dat er sprake was van een hartafwijking bij de foetus. Geruststellend was, dat deze afwijking goed geopereerd kon worden. Een dergelijke afwijking is echter bij een derde van de gevallen verbonden met een trisomie 21 (mongolisme). Het echtpaar ging akkoord om een vruchtwaterpunctie te laten verrichten, om uit te sluiten of dit kindje wel of niet een mongooltje was en om vervolgens de beslissing te nemen om het wel of niet te houden. We kennen allemaal de druk die door de meeste artsen op ouders wordt uitgeoefend als er een gezondheidsprobleem is bij een ongeboren kind. De uitslag van de vruchtwaterpunctie was dat het om een kindje met mongolisme gaat.
Het echtpaar besloot om het kindje te laten verwijderen, terwijl de moeder al 8 maanden zwanger was. Met andere woorden, de arts zou het deskundig verwijderen, voordat het even later zelf uit de moederschoot zou komen. Het woordgebruik is hier doorslaggevend. Men zegt niet: Een mensenleven is ten dode opgeschreven. Nee, men spreekt van een slechte zwangerschap, waarbij wordt bevestigd dat het de beste oplossing is voor iedereen om deze “af te breken” en een ander kind te verwekken.
Mensen uit de omgeving van dit echtpaar begonnen vurig te bidden, opdat dit kindje, een schepsel van God, zou mogen leven. De dag “X” naderde voor de moeder om het kindje te laten sterven. Alle vrienden die hadden gebeden belden haar de avond ervoor op. Het echtpaar was echter niet op de beslissing teruggekomen. Ze waren vastbesloten om de zwangerschap af te breken en de moeder zou zich de volgende dag om 7 uur bij het ziekenhuis melden. Hun vrienden gingen nog meer bidden met tegelijkertijd veel verdriet in hun hart. Ze hebben echter niet tevergeefs gebeden. Die nacht had de moeder opeens om 3 uur in de morgen aanhoudende weeën en in nog geen uur is zij thuis bevallen, voordat ze naar het ziekenhuis vervoerd kon worden. Het kindje heeft het goede idee gehad om spontaan geboren te worden enkele uren voor de executie.
De cardioloog zag nadien de ouders opnieuw op spreekuur en ze waren volledig ontdaan en overstuur. Ze hielden het kindje in hun armen en sloegen zich tegen de borst: Wij zijn crimineel. Gisteren nog hebben wij voor zijn dood getekend… We waren van plan dit kleine wezentje te doden. We zijn het niet waard zijn ouders te zijn. Dokter, alstublieft, doe alles om hem te redden. En vervolgens omhelsden ze het met veel tederheid.
Wel, ouders … is uw kindje dan niet dezelfde in of buiten de baarmoeder? Waarom was dit zieke kindje toen het nog verborgen was in de baarmoeder, ongewenst en veroordeeld tot de dood? En waarom moest het , eenmaal zichtbaar geworden door zijn geboorte, opeens wél beschermd en gered worden? Moeten we ons kindje eerst zien en kunnen aanraken voordat we beseffen dat het een kostbare schat is, een schepsel van God dat het leven waard is? Dit kindje heeft een strik weten te spannen tegen de strikkenspanners. Het werd geopereerd en is nu in goede gezondheid. Als mongooltje behoort het tot hen die, te midden van onze gejaagde en materialistische wereld, oplichten als een teken. Laten we hen niet verwerpen. Ze herinneren ons eraan dat het menselijk hart en zijn immense mogelijkheid om lief te hebben belangrijker is dan al het andere en, dat op de laatste dag, het de onschuld van kinderen zal zijn, die alle vernielende Goliaths zal overwinnen, die mijnen leggen in onze zieke doodscultuur. De kinderen en de kleinen bezitten de ware grootsheid, en ook degenen die hen opnemen. ”Wie dit kind opneemt in mijn Naam, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft.” (Lc 9,48)

3 - Vicka teruggekeerd.
Na 2 jaar afwezigheid vanwege haar gezondheidsproblemen, hebben we de laatste dagen het geluk gekend om Vicka weer in ons midden te hebben. Overlopend van vreugde verkondigd zij weer op haar trap de boodschappen van Maria. De pelgrims die waren gekomen op 8 december voor het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, hebben haar weer kunnen ontmoeten en kunnen profiteren van haar lange zegeningsgebed. Tijdens haar afwezigheid is zij echter niet werkloos geweest. Het lichamelijk en moreel lijden dat ze te lijden heeft gehad en dat alleen door God gekend is, heeft ze vol vurigheid voor ieder van ons opgedragen. Op een dag zei de Gospa tegen haar: “Zeer zeldzaam zijn de mensen die de grote waarde van het lijden begrepen hebben, wanneer het aan Jezus wordt opgedragen.” Als pelgrims haar hierover vragen stellen dat geeft ze vaak als uitleg: “Lijden kan niet uitgelegd worden. Lijden kan enkel in ons eigen hart worden beleefd. Als de Heer ons geeft te lijden, als Hij ons een kruis geeft, dan is dat echt een groot geschenk. Vaak denken wij: “Hoe kan een ziekte nu een geschenk zijn? “ Maar het is werkelijk een groot geschenk. Alleen God weet waarom Hij dit geschenk geeft, en waarom Hij het op een bepaald moment weer wegneemt. Wij zijn echter vrij om te beslissen: Ben ik bereid dit geschenk te aanvaarden? Er zijn veel soorten lijden. Er is lijden dat God zelf geeft en er is lijden dat wij onszelf aandoen. Ze hebben niet dezelfde waarde. Als je blijft glimlachen, ondanks het lijden, dan is dat omdat je het hebt aanvaard en omdat je echt aan God toebehoort. Daardoor merk je het lijden niet meer, maar voel je vreugde. Omdat je dan lijdt met vreugde, is er geen spanning meer. Deze vreugde komt echter niet van buiten uit, maar ze komt vanuit ons binnenste, uit ons hart. Ik ervaar zulk een sterke vreugde, dat ik nog meer wil doen voor de H. Maagd.

4 - Het kindje Jezus verwacht ons aan de kribbe.
Tijdens de advent is het kindje Jezus nog verborgen in de schoot van zijn moeder, Maria. Hij hoopt echter een warm onthaal te vinden in onze harten en er te kunnen rusten. Onze harten zijn de kribben van vandaag. “Lieve kinderen, zegt de H. Maagd, ik verlang dat mijn kleine Jezus zou geboren worden in jullie hart.” Ze verlangt dat we met ons gezin elke dag zouden samen zijn om als familie te bidden bij de kribbe, die we vanaf het begin van de advent hebben klaarstaan.
In een gesprek met de kleine Vietnamees Marcel Van (die nu reeds eerbiedwaardig is, en waarvan de zaligverklaring voorbereid wordt), vertelde Jezus aan hem, dat Hij het koud had in de grot van Bethlehem. Wij kunnen hem echter verwarmen. Niet enkel door het gebed, maar door eenvoudige handelingen, die getuigen van onze liefde. Jezus zegt immers in het Evangelie: “Al wat je doet voor de minste der mijnen, heb je voor Mij gedaan.”
Hier volgt een gesprek tussen Jezus en Van, tijdens de Kerst van 1945, waar de kleine Thérèse van Lisieux ook aan deelneemt. Het viel Van op dat het Kindje Jezus heel mooi is en hij vraagt:
Van:
O, Jezus, wie heeft jou zulke mooie kleren aangedaan? En wie heeft ze voor jouw gemaakt?
Jezus:
O, Marcel, je vindt dat ik mooi gekleed ben? Wie anders dan jij zou me zo mooi gekleed hebben.
Van:
Maar Jezus, ik heb nooit geleerd kleren te maken.
Jezus:
Wel, Van, misschien moet je aan je kleine zus Thérèse vragen wie er zulke mooie kleren voor mij heeft gemaakt en wie mij zo mooi heeft uitgedost.
Van:
Zus Thérèse, is het Maria die deze mooie kleren voor Jezus heeft gemaakt?
Thérèse:
Het is niet Maria, die deze kleren gemaakt heeft, ook ik heb ze niet gemaakt. Jij mag raden wie ze wel heeft gemaakt… Dat ben jij, broertje Marcel! Ikzelf heb niet anders gedaan dan je een beetje te helpen om ze te maken. Maar jijzelf, broertje Marcel, hebt Jezus ermee gekleed.
Van:
Zus, op welke manier heb ik zulke mooie kleren gemaakt.
Thérèse:
Wel broertje Marcel, ik wil je eerst een zoen geven. En nu dan mijn antwoord. Luister goed. Elke zucht, die je vanwege je pijnen van de laatste weken heb geslaakt, elke zucht volstond om een vlokje wol te maken of een bloem te plukken. Ik heb de vlokjes wol, die je elke dag door je lijden hebt gesponnen, en de bloemetjes die je erdoor hebt geplukt, voor Jezus gebruikt om er een mooi kleed van te breien. Begrijp je het broertje Marcel? Vind je het fijn om Jezus zo mooi gekleed te zien? Als het kleed van Jezus nu al zo mooi is, dan zal het nog mooier zijn op de dag dat je met Hem geheel verenigd zult zijn. Waar die schoonheid door zal komen, daar moet je je niet te druk om maken. Nu Jezus je Zijn lijdenskussen schenkt, denk er allereerst aan om vreugdevol te blijven en verjaag elke idee van droefheid en afkeer.

Zalig Kerstfeest voor u allen.

Lieve Gospa, U bent de Morgenster, die een nieuw dageraad aankondigt.
Naar u richten we onze blik en zien het Leven !

Zr. Emmanuel

Vertaald uit het Frans
© Enfants de Medjugorje december 2010