Overweging van pater Ljubo Kurtović

IK BRENG JULLIE MIJN ZOON

Maria is vol vreugde, want zij komt van de eeuwige vreugde, van de heerlijkheid, van het hemels Vaderhuis, waarin ook wij later zullen wonen. Daarom verschijnt zij: zij wil dat wij daar ook heen gaan. Haar grote wens als moeder is dat wij kunnen komen waar zij nu is, en dat wij zelf ook de diepe vreugde die in haar hart is kunnen voelen. Vandaag draagt zij, net als op 24 juni 1981, de eerste dag van de verschijningen, haar zoon Jezus, onze verlosser, in haar armen. Zij draagt God in haar armen, zij schenkt Hem aan ons en leidt ons naar Hem toe. Moeder Maria wil dat wij ook vandaag de woorden van de engel kunnen horen, net als de herders destijds: "Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer." (Lc 2, 10-11)

De Verlosser van de wereld werd geboren voor jou, voor mij, voor elke mens. God werd mens, opdat ieder die Hem opneemt, de mogelijkheid zou krijgen kind van God te worden. (vgl Joh 1, 12)Jezus is de Eerste van de menselijke geschiedenis, de Eerste van de mensheid. Enkel en alleen omdat Hij er is hebben wij geen reden tot wanhoop, wat ook het kruis, de ziekte of het leed is dat wij te dragen hebben.

"Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit." God gaf zijn zoon om jou en mij te verlossen. Hij hield zoveel van de mensen, dat Hij zelf mens is willen worden en zijn leven, zijn lijden en zijn dood zelf wou dragen, om de mens de verlossen.

Wij vieren Kerstmis, de geboorte van Jezus. Het is een dag van vreugde en van zegen voor deze wereld, voor de hele mensheid. Sinds Zijn komst is niets meer hetzelfde in onze geschiedenis.

"Het volk dat ronddwaalt in het donker, ziet een helder licht. Over hen die wonen in een land vol duisternis gaat een stralend licht op." (Jes 9,1). Ook wij kunnen onze duisternis, ziekte en angst achter ons laten, want God is in onze duisternis, onze zonden en ziekten gekomen, om dat alles te overwinnen.

De geboorte van Jezus was niet aangenaam noch idyllisch. Hij werd geboren in een stal, tussen de dieren, "omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf" (Lc 2, 7). De stal is ook in ons de plaats waar de dieren wonen. Dat deel van ons zouden wij het liefste voor ons en de anderen verborgen houden. Misschien schamen wij ons er wel voor, want het is er vuil en stinkend. Maar ook vandaag nog wil Jezus geboren worden in de stal van ons hart, ook al ruikt het er niet fris en is het er rommelig. Hij wil in ons hart, in ons komen, om alles met Zijn zegen, met Zichzelf weer licht te maken.

Een dergelijke God schenkt ons Moeder Maria ook vandaag, zij brengt Hem naar ons toe. Met Jezus kunnen wij een worden, want Hij is in ons. Wij krijgen in Hem de kans door geloof in Hem almachtig te worden, want Hij is de Almachtige en de Hoogverhevene. Dan zullen wij de moed hebben om in onze omgeving en ons leven te getuigen van Gods almacht en Zijn aanwezigheid.

Moeder Maria is bij ons, met haar zijn wij veilig en zijn wij beschermd. Laten wij ook zelf leren hoe wij dag na dag dichter kunnen komen bij het hart van Jezus en Maria. Laten wij toestaan dat Maria ons bij de hand neemt om ons te leiden naar de vrede die God ons schenkt.

P. Ljubo Kurtović
Medjugorje 26.12.2004