Overweging van pater Ljubo Kurtovic

KIJK DIEP IN UW HART

Maria, onze Moeder, vraagt ons onze ogen af te wenden van het verleden, van het afgelopen jaar, en om ze op ons eigen hart te richten, waar God verblijft. Wat geweest is, is niet meer, wat komen zal, is er nog niet, dat wat bestaat is het moment van nu, dit moment dat zich nooit zal herhalen. Van ons moment van nu hangt de toekomst af. Het is op dit moment dat ik besluit om wel of niet voor God te kiezen. Het is op dit moment dat ik kan besluiten om te bidden; op dit moment kan ik mijn hart openen voor God of me voor Hem afsluiten. In haar boodschappen spreekt Maria vaak over het hart. "Bid met het hart, vast met het hart, aanbid mijn Zoon met het hart, volg mij met het hart… " We hebben verschillende organen: ogen om mee te kijken, oren om mee te horen… een hart om mee te bidden. We kunnen gebeden uitspreken, zonder dat we er met ons hart bij zijn, we kunnen zoveel dingen doen, zonder dat ons hart er bij betrokken is. Huismoeders kunnen een maaltijd klaarmaken, zonder dat met hun hart te doen, artsen kunnen mensen verzorgen, zonder er met hun hart bij te zijn, verkoopsters kunnen werken in de winkels, zonder er met hun hart bij betrokken te zijn, ambtenaren kunnen hun cliënten op kantoor ontvangen, terwijl ze slecht gehumeurd zijn. Dit gelijkt allemaal op het zoutloze voedsel, dat smakeloos is en zonder leven. Daarom wil Maria, onze Moeder, onze ingeslapen harten doen ontwaken.
De Kleine Prins zegt in het sprookje: "Alleen met het hart kunnen we goed zien. Het wezenlijke is onzichtbaar voor het oog." Soms moeten we de ogen zelfs sluiten om beter te kunnen zien. Het is met het hart dat we God kunnen gewaarworden en niet met het verstand.

We kunnen God ook met ons hart naderen en niet alleen met ons verstand. Wanneer de Bijbel en de Gospa over het hart spreken, hebben ze het niet alleen over het orgaan van ons lichaam, van onze emoties, van onze gevoelens van blijdschap en verdriet, maar over het orgaan van de geest, dat we niet met onze ogen kunnen zien, waarvan we echter wel de uitwerking kunnen gewaarworden, zoals bij een boom, waarvan we de wortels niet kunnen zien, maar waarvan we wel weten dat ze bestaan omdat ze de boom doen leven.

Waarom is het zo moeilijk om ons los te maken van de aardse dingen, die ons niet verzadigen, maar bedriegen ? De heilige Paulus zei: "Ik ben bekend met het goede, maar ik heb de kracht niet om het uit te voeren […] Rampzalige mens, die ik ben ! Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode ? God zij gedankt door Jezus Christus onze Heer !" (Vgl. Rom 7, 14… 25)
De Gospa reikt ons middelen aan, en het hangt van ons af of we wel of niet naar haar luisteren. We zijn als een drenkeling die men een reddingsboei heeft toegeworpen. Het hangt van hem af of hij deze wel of niet aanpakt. De hand van de Gospa is naar ieder van ons uitgestoken. Laten we deze vandaag beetpakken, en niet morgen ! Laten we op z'n minst de zoom van haar kleed vastpakken, zodat zij ons vanuit de duisternis, vanuit onze twijfels en teleurstellingen, naar een nieuw leven kan leiden met Christus. Daarom moeten we elke zonde verwerpen: de leugen, het egoïsme, de haat, de hoogmoed, de godslastering, de luxe, de dronkenschap, de boosheid.. Anders is het voor ons onmogelijk om vooruit te gaan, zoals het onmogelijk is om op zee te varen met een schip dat in de haven ligt vastgeklonken. We zullen dan onverrichter zaken moeten terugkeren. We moet het schip losmaken. Ook wij moeten ons losmaken van alles dat ons tot gevangenen en slaven maakt, opdat Maria, onze Moeder, ons naar Christus kan leiden.

Vrede en alle goeds voor u !

P. Ljubo Kurtović
Medjugorje 26.01.2002