Preek in Medjugorje

Christoph Kardinaal Schönborn - Aartsbisschop van Wenen
KARDINAAL SCHÖNBORN IN MEDJUGORJE 2009 - 2010

Duizenden mensen uit de hele wereld lieten de traditionele Oudejaarsviering voor wat ze was en kozen in plaats daarvan voor een heilige ervaring in Medjugorje, Bosnië-Hercegovina. Drommen pelgrims kwamen samen in de St. Jacobuskerk en het gebied eromheen om deel te nemen aan een historische Oudejaarsavondmis die gecelebreerd werd door Kardinaal Christoph Schönborn, aartsbisschop van Wenen en gewaardeerd lid van de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer.

Kardinaal Schönborn was al vanaf 28 december in Medjugorje voor een bezoek waarvan aanvankelijk gedacht werd dat het een privé karakter zou hebben. De Kardinaal verraste de gelovigen door volkomen in de openbaarheid te treden. Tijdens zijn toespraak in de St. Jacobuskerk op 30 december 2009 ging hij zo ver dat hij Medjugorje een “supermacht van barmhartigheid” noemde.

Tijdens zijn homilie in de H. Mis tijdens de jaarwisseling zei Kardinaal Schönborn het volgende:


“Dierbare broeders en zusters hier in de kerk en op de pleinen rond de kerk en in de gele hal, wij zijn er ons allen van bewust dat het een groot voorrecht is het nieuwe jaar niet met champagne te hoeven vieren. Misschien later. Maar nu mogen we met Maria en Jozef en met het Kind dat in de kribbe ligt en met de herders het begin van het nieuwe jaar vieren. We zijn allen naar Medjugorje gekomen om in deze dagen vooral dicht bij de Moeder van de Heer te zijn. Om het meer precies te zeggen, we zijn hier gekomen, omdat we weten dat de Moeder van de Heer dicht bij ons wil zijn.
Met haar willen we het nieuwe jaar beginnen. En het eerste dat me raakt wanneer ik aan de kribbe en de herders denk, is dat er geen engelen aanwezig waren. Toch zijn er hier twee engelen in de kerststal, maar in het Evangelie waren er geen engelen bij, die waren op het veld bij de herders…een hele schare engelen. Maar Maria en Jozef hoorden er alleen over praten. De herders vertelden het hun.

U hebt ook de Moeder Gods hier niet gezien, maar er zijn mensen hier die erover vertelden. En wij vertrouwen dat de Moeder van God werkelijk dicht bij ons is. Geloof komt van horen zeggen. Het imponeert me allereerst dat er in het Evangelie van vandaag sprake is van horen. We moeten eerst de Blijde Boodschap horen. We hebben twee oren, twee ogen en maar één mond. Dat betekent dat we veel moeten luisteren, veel moeten kijken, en dan ook praten. En wat moeten zeggen? We moeten vertellen wat we gezien en gehoord hebben. De wereld heeft een nieuwe evangelisatie nodig en dat is alleen mogelijk door mensen voor wie het onmogelijk is om te zwijgen over wat ze gezien en gehoord hebben.
Wij allen hebben het geloof ontvangen en wij allen hebben door het Doopsel de taak gekregen om het geloof door te geven. De herders hebben verteld wat hun gezegd is. En van daar is het verder gegaan. Het Evangelie, het goede nieuws is verder verteld en degenen die het vertelden, waren geloofwaardig. Degenen die het gehoord hebben, hebben ook gezien dat het woord en het leven bij elkaar pasten, dat hetgeen de getuigen zagen ook in hun leven klopte.
Hoe kunnen wij getuigen van de Blijde Boodschap worden? Eerst door naar Maria te kijken. Maria bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart en dacht erover na. Broeders en zusters, wat wij in onze tijd het meest nodig hebben, is het gebed. Ik zeg het met een zekere droefheid: ik weet dat ik te weinig bid. Ik weet dat bidden leven is. Zonder de levende relatie met God wordt ons leven droog en leeg.
Wat zegt de Moeder van God ons steeds? Bid. Neem tijd voor jezelf om te bidden. Is dat een goed besluit voor het nieuwe jaar, voor ons, priesters en diakens, voor ons allen? Tijd voor het gebed. Het geeft zo veel kracht en zo veel vreugde, zo veel duidelijkheid. Laten we Maria vragen dat zij ons helpt om meer te bidden. Wanneer we bidden, dan is ons woord vervuld van leven en dan is ons getuigenis geloofwaardig.
Ik zou jullie iets willen zeggen over wat de Apostel Paulus ons verteld heeft. Het Paulusjaar is al voorbij, we zijn nu in het Jaar van de Priesters, maar het woord van de Apostel Paulus was zo sterk, omdat het vervuld van leven was. In de lezing van vandaag spreekt hij over God die Zijn Zoon gezonden heeft opdat wij zonen worden. Daarbij zijn de dochters niet uitgesloten. Dochters en zonen worden samen bedoeld, maar Paulus zegt dat wij geroepen zijn om zonen te worden en geen slaven. Zoals Jezus de Zoon van God is, worden wij geacht God onze Vader te mogen noemen. In het begin van dit jaar zegt de Apostel Paulus ons: Jullie zijn zonen en geen slaven.
Ik geloof dat Medjugorje een plaats is waar veel gebiecht wordt; de biecht is een bevrijding van de slavernij van de zonde. Niets maakt ons minder vrij dan de zonde. God wil ons als zonen hebben. Vrijheid van de kinderen van God. En daarom heeft hij ons het Sacrament van Boete en Verzoening geschonken. Wij moeten een nieuwe relatie met God hebben om Hem Abba te mogen noemen. Jezus heeft ons daartoe zo uitgenodigd dat we Hem vertrouwen, dat we God vertrouwen. Er is zo veel vrees voor God in ons.
Jezu ufam tobie, Jezus, ik vertrouw op U (de kardinaal zegt het in het Pools). Paus Johannes Paulus II heeft ons deze boodschap nagelaten: vertrouwen op de barmhartigheid van God, vertrouwen op de barmhartigheid van Jezus.
Vertrouwen kan soms heldhaftig zijn, als het leven moeilijk wordt, als een huwelijk een last wordt, als een ziekte ons onderdrukt, als we niet weten hoe het met ons werk verder gaat. Om dan tegen Jezus te zeggen: Jezus, ik vertrouw op U, dat kan heldhaftig zijn. Vertrouwen, dat is werkelijk een daad van geloof. En weer kijken we naar Maria. Wie heeft die daad van vertrouwen, van geloof meer gesteld dan Maria? Jezus, ik vertrouw op U. Dat moet ons programma zijn in het komende jaar. Het is bijna middernacht en er wordt geknald, maar wij knallen niet, wij bidden. We knallen niet, maar we zingen.
Een laatste woord: De herders gingen terug, loofden God, prezen Hem om wat ze hadden gezien en gehoord. Wij zullen ook naar huis gaan. Opdat wij getuigen van het Evangelie kunnen zijn, moeten we eerst God prijzen. De herders prezen God om wat ze hadden gezien en gehoord. Ik hoop dat we allemaal naar huis kunnen rijden, naar huis reizen, na deze dagen hier en God loven om wat we hebben gezien en gehoord. Dan zal men ons ook geloven wanneer we vertellen, dan zal ons woord geloofwaardig zijn.
Nu is het bijna middernacht. Het is precies het juiste ogenblik om ons geloof te belijden. Met dit geloof gaan we het nieuwe jaar in. God moge dit jaar zegenen.”